DE VUELTA VAN MENORCA MET DE PATIN A VELA

18 kg overgewicht kunnen we echt niet aanvaarden !  U zal een overweight fee moeten betalen !”  De hostess te Zaventem was onvermurwbaar : ondanks de redelijk hoge prijs voor onze chartertickets dienden we 96 euro supplement te betalen.  Menorca blijft een exclusieve bestemming.

De Ronde van Menorca in 7 dagen

Zo startte onze vuelta  : 15 patins zouden in zeven etappes het eiland rondvaren.  De internationale klassevereniging ADIPAV heeft dit avontuur met heel wat geld en hulp van sponsors opgezet.  Deze tweede editie mochten naast de tien Catalanen, ook twee Andaluciërs, één Valenciaan en twee Belgen mee starten.  Waarvoor Hans en ondergetekende zich kwalificeerden tijdens de Pinkster Regatta’s te Bredene.

Onze boten waren al overgekomen : met de vrachtwagen vanuit Torredembarra de ferry op.  Door onze late vlucht, konden we niet helpen bij het uitladen.  Direct met de taxi naar het hotel te Fornells.  Hostal La Palma bleek eenvoudig en basic, maar de kramiekige bedjes bleken verbazend comfortabel.  Er was zelfs een zwembad, iets wat Hans als ex-competitiezwemmer niet kon weerstaan, al moest je de wespennest er bij nemen.

De volgende morgen mochten we onze bootjes opzoeken, enkele kilometers verderop in de baai, aan een zeilschool met heel wat Engelsen.  Raar dat al die Angelsaksische zeilers geen belangstelling toonden voor de patin.  Rafel, de director technic uit de club van Torredembarra, legde een parcours voor met een eiland en de trotse driemaster van het Museu Maritim, de Santa Eulalia, als te ronden obstakels.  

Het werd snel zeilen in de baai, met heel wat wind en windshifts.  Als laatste gestart, belandde ik als vierde aan het in-de-windse merkteken en wist derde te finishen.  Niet slecht in dit toch wel geselecteerd gezelschap, maar wat een ontgoocheling toen ze ons kwamen vertellen dat die race niet meetelt voor het klassement.    Na de race gaven we nog wat demonstraties vóór Fornells.  Hans kreeg er niet genoeg van, het was ook een goede oefening om tussen de jachtjes voor anker te laveren, en zo dicht mogelijk de kade met restaurants te benaderen. We kwamen redelijk laat in de basis binnen, en vandaar moest het snel-snel de motorboot in om teruggebracht te worden voor het maal met de “amics de la vela latina”.  Aan een lange tafel werden een visstoofpot en een niet nader te bepalen soort vlees geserveerd.  Intussen hadden we wat tijd om onze mede-avonturiers te leren kennen : we zaten in gezelschap van “Lupa” en Nicolas, de twee van Andalusië.  Lupa sprak in volzinnen, in één adem wel tien minuten lang, met op het einde een bas-stem en kwinkslag, zodat je  – zonder er iets van te verstaan – tot lachen gedwongen werd.  Nicolas, de tweede Andaluciër, was eigenlijk Fransman, maar leefde al meer dan twee jaar in Puerto Santa Maria en heeft daar het Patin zeilen ontdekt.  Beiden vaarden op oude boten, ter beschikking gesteld door de Club Nautic van Sitges, en waarvan Lupa beweerde dat ze nooit Mahon zouden bereiken.  Niet zonder toeval noemde Lupa’s boot “No Limits”.  De Catalanen hadden hogere ambities : Xavier, Guillermo, Ferran en de twee jongelui Yannick en Julian kwamen om te winnen; Ferran, Juan-Carlos, de twee Jordi’s en Antonia kwamen voor het avontuur.  En dan was er nog Gerard en zijn kersverse bruid Carme : een soort witte broodsweken op de patin vóór het echte zware werk : een rond-de-wereld-huwelijksreis !  Na het (na)middagmaal nog een zwemmetje gedaan naar de voor anker liggende Santa Eulalia.  Wat een prachtig schip : alles aan de boot is nog authentiek : van de houten blokken tot het touwwerk uit natuurvezel toe.  De avond werd afgesloten met een etentje aan “het” restaurant van Fornells : gelijk Juan-Carlos el rey gezeten aan de oever van de baai vóór Menorca’s nationaal gerecht : een calderetta van Langoustines !

Consternatie de volgende morgen : geen blauwe hemel en behoorlijk wat wind.  In de baai lijkt het ogenschijnlijk rustig, maar aan de Noordkust staat een behoorlijke deining en een strakke Noorden wind.  Er werd wat getreuzeld, maar uiteindelijk rond 13h00 wordt de knoop doorgehakt : we gaan er voor, maar niet in wedstrijdverband : de vloot blijft samen !  De bagage wordt gesplitst : de Santa Eulalia kan ons vanwege de deining niet volgen naar de volgende stopplaats, en vaart rechtstreeks naar Ciutadella.  Het slaapgerief moet dus met de VW Transporter campingwagen van Fermín naar de volgende stopplaats gebracht worden.  Zijn vrouw en tienerdochter, compleet met dreadlocks en piercing, worden bedolven onder tenten, slaapzakken en handbagage.  Ook het eten moest er nog bij !

De passage van de uitgang van de baai leek impressionant : veel wit schuim rond de rotsen.  Met wat peddelslagen geraak ik buiten deze vervaarlijke zone : geen wind tussen de klippen en metershoge golven die zich tegen de rotswanden te pletter stortten !  Eens op zee ging het halve-wind naar een schiereiland, waar we tussen de kaap en een eilandje vaarden.  Het leek wel de Ras de Seine, maar dan zonder hevige stroming.  Vandaar ging het westwaarts langs de ruwe noord-kust.  Er kwamen opklaringen, en ik maakte wat kiekjes van de begeleidende motorboot met Carlos en Annemie, onze fotografe.  De aankomst in La Vall ( ook gekend als Algaiarens ) was indrukwekkend : tussen de klippen een bochtje om, en helderblauw water kondigt een strandje met het fijnste en meest witte zand aan van de hele Noordkust.  

Zonder huizen, behalve een kleine “refugio” voor vissers, een duin, een zoet water riviertje dat al dat zand daar gedeponeerd heeft, … idyllisch !  De avond werd besloten met een arroz met vleesballetjes.  En patatas fritas, gebakken in een pan met grote hoeveelheid olijfolie door een kok met indrukwekkende buik en snor.  Hij brabbelde het Menorcaans dialect van het Catalaans : Kiko leek wel de kok uit de Muppet show.  De nacht brachten we door in ons tentje, op tien meter van de branding, onder een twinkelende sterrenhemel.

De volgende dag : naar Ciutadella, de vroegere hoofdstad.  We verlaten nu de noord-kust met zijn grote golven, en komen de grote baai van Ciutadella binnen, om dan in een uiterst smalle haveningang, omzoomd met lage rotsklippen, op te kruisen naar een kade voor sportboten.  

Het stadje vertoont een gezellige drukte, met heel wat lederwaren-winkeltjes.  Bovenop een klip pronkt het stadhuis : onze afspraak voor een mini-plechtigheid annex receptie met het gemeentebestuur.  De organisatie pronkt maar wat graag met hun Catalaanse erfgoed-catamaran. En ook de bemanning en kapitein van de Santa Eulalia zijn present.  De gemeente trakteert ons op een drankje en een rondleiding met gids langs de historische gebouwen.  Na het diner in één van de talrijke restaurantjes langs de waterkant, keren we vrij laat terug naar de Santa Eulalia om daar de nacht door te brengen, slapend op het voordek op een tros meertouwen.  Dit leek me een zachtere oplossing dan op de kade in de haven te slapen, iets wat de meerderheid verkoos gezien de nacht nog jong was !

Van Ciutadella ging het verder zuidwaarts, om tenslotte langs de zuid-kust oostwaarts te varen.  Telkens we een Cala met zandstrandje passeerden, werd het water zwembad-blauw.  We stopten in Cala Galdana, een uit de hand gelopen urbanisacion compleet met minigolf, waterglijbanen, karaoke bar, en opgetutte Engelsen.  Het ongerepte noorden leken we definitief achter ons gelaten te hebben.  De tenten moesten we in het geniep opzetten als de duisternis inviel : kamperen is verboden op Menorca, bivakkeren ( slapen onder de hemel zonder tent ) mag echter wel.  Velen sliepen onder hun patin, met het zeil er over gespannen.  Gezien de muggen en de dauw ’s morgens, leek ons dit niet de beste oplossing.

De volgende start werd veel te dicht bij de rotsen gegeven.  Na de startlijn gepasseerd te hebben, moest je direct wenden en over stuurboord weer zee kiezen.  A party was in the making … en Guillermo’s bakboord romp werd getorpedeerd.  Het werd een lang kruisrak naar de Cala ‘n Porter, rustiger dan de vorige stopplaats en een prachtig zandstrand.  Pica-pica op de Icaria, ex Fortuna Light, de maxi racer die nog samen met de Rucanor in de jaren ’90 de Round the World omzeilde.  Elk strand heeft een Rode Kruis post, met openbare douches, dus echt stinken deden we niet !  Bovendien was die avond het “espuma” bad aangekondigd in de vermaarde discotheek “Cova en Xoroi”.  Iets waarvan de patinairos likkebaardden, zeker nadat we eerst een receptie kregen in dit rovershol.  Het avondeten liep echter zo lang uit, dat wij naar ons tentje verlangden.  De “espuma” en wat erin drijft kregen we niet te zien …  we hebben al genoeg espuma aan onze Noordzeekust. 

De laatste etappe bracht ons naar de Oostkust en de haven van de hoofdstad Mahon.  Rond de kaap leek het alsof we in een zwembad zweefden : zo’n helder blauw water heb ik maar zelden gezien.  Het werd een lange etappe, met weinig wind.  We zeilden samen met de Santa Eulalia de lange natuurlijke haven van Mahon op.  

Het leek wel een triomftocht : voortaan geen slaapzak en tent meer, maar een echt luxehotel met panoramisch zwembad op het dak was voor ons gereserveerd.  Onze boten lieten we achter aan het badhuisje van een verlaten marine-basis uit Franco’s tijd.  Er volgde een uitgelaten receptie op de Santa Eulalia.  Als voorzitter van de Internationale Klassevereniging ADIPAV, nodigde Gerard deze avond alle zeilers en medewerkers uit aan het familie-vakantiehuisje.  Gelegen aan een doodlopende kade met slipway en uitzicht over de hele haven van Mahon, spendeerden we een onvergetelijke avond.  Onze “Menorcaanse” Muppet kok was ook van de partij en schepte heerlijke jumbo mosselen “al vapor “ uit grote casserollen.  Hij bleek een buurman te zijn en blijkbaar niet de minste : de president van de tot Onafhankelijke Republiek “Fonduco”uitgeroepen straat. En ik die dacht dat er fondue op het menu stond toen we hoorden over een avondmaal in de Fonduco … De laatste dag stond een demonstratie regatta op het programma : in de haven starten vóór de Santa Eulalia en rond het eilandje varen.  Niet zonder gevaar die kruisrakken: de wind kwam van alle richtingen.  Lupa kreeg de schrik van zijn leven toen hij bijna mijn bakboordromp ramde : hij liet dan ook alles schieten en begon een sigaretje te roken. Hans zeilde alsof ie een selectie voor het galadiner moest verdienen en eindigde bij de top vijf.

De boten werden in de truck geladen, en we genoten van een kalme namiddag aan het zwembad en zonneterras.  Want ’s avonds was het weer generaal appèl, deze keer voor het gala diner op een drijvend terras tussen mega “ Gin-Palaces “ .  Ik ontwaar zelfs een koperkleurige Wally’s Yacht van wel meer dan 70 voet.  Iedereen zijn speechje : organisatoren, medewerkers en sponsors werden gelauwerd voor de eretafel met prominenten van het ministerie van Toerisme.  Nadien bleven de  zeilers weer veel te lang aan de bar van het restaurant hangen en dronken veel te veel “pommadas” : de plaatselijke gin wordt met citroensap gemengd tot een gevaarlijk licht binnnenlopend drankje.  De nacht was om vóór we er erg in hadden : niet erg want deze keer was er geen tentje op te zetten !

 

©

 Gert Lerno, patin 2907 “Vedett”  -  Hans Dejonckheere, patin 2625 “Flama del Gall”